Behandeling

Wanneer u geconfronteerd wordt met een diagnose van dikkedarmkanker zal de arts de behandelmogelijkheden bespreken. Wanneer een kwaadaardige tumor wordt vastgesteld, is een operatie noodzakelijk. Bij een dergelijke operatie wordt het gedeelte van de darm waar de tumor zit, verwijderd (darmresectie). Ook na de operatie blijft regelmatige opvolging noodzakelijk omdat bij Lynch syndroom in het resterende deel van de darm nieuwe poliepen of een kwaadaardige tumor kan ontstaan. Om die reden wordt in sommige gevallen de voorkeur gegeven aan verwijdering van de hele dikke darm. Uw behandelende arts zal met u bespreken welk type operatieve ingreep in uw geval het meest aangewezen is. De verdere behandeling verschilt niet van de behandeling van niet-erfelijke dikdarmkanker en zal met u besproken worden in functie van uw specifieke situatie.

Ook na de behandeling blijft het echter belangrijk om u regelmatig te laten onderzoeken. In het geval van Lynch syndroom is er namelijk een erfelijk risico voor verschillende vormen van kanker. Bovenvermelde controle-onderzoeken blijven dus ook na de behandeling noodzakelijk.