Vroege opsporing

Wanneer Lynch syndroom in de familie voorkomt of wanneer men via DNA-onderzoek de genmutatie heeft aangetoond, is het belangrijk om regelmatig bepaalde onderzoeken te ondergaan. Men kan immers de aandoening hebben zonder het te weten omdat niet iedereen symptomen of klachten zal vertonen als ze poliepen hebben.

Alarmsignalen
U moet meteen naar uw arts als:
• u bloed in de ontlasting ziet;
• uw ontlastingspatroon verandert;
• u gewicht verliest zonder aanwijsbare oorzaak;
• u steeds terugkerende buikpijn hebt;
• u abnormale vaginale bloedingen hebt

Indien dikkedarmkanker in uw familie voorkomt, is het echter niet veilig te wachten tot deze klachten of symptomen optreden. Via regelmatige onderzoeken is vroegtijdige diagnose en preventie door het verwijderen van poliepen mogelijk waardoor kanker kan voorkomen worden.

Controle onderzoeken
Dikke darm
Aangezien dikkedarmkanker uit een goedaardige poliep ontstaat, is het onderzoek erop gericht om deze goedaardige poliepen in een vroeg stadium op te sporen en weg te nemen. Op deze manier kan men voorkomen dat deze poliepen in kanker ontaarden en kan men dus dikkedarmkanker voorkomen. Indien er toch eventueel kanker zou zijn ontstaan, dan is tijdige ontdekking belangrijk om via behandeling de kansen op genezing te vergroten.
Personen met (een risico op) Lynch syndroom worden geadviseerd om de 1 à 2 jaar een kijkonderzoek van de dikke darm (klassieke colosocpie met kijkbuis) te laten uitvoeren vanaf de leeftijd van 25 jaar.

Baarmoeder en eierstokken
Vrouwen met (een risico op) Lynch syndroom worden bovendien aangeraden om vanaf de leeftijd van 30 jaar jaarlijks een gynaecologisch onderzoek te ondergaan. De controles bestaan uit een vaginale echografie en een bloedonderzoek. Bij vrouwen in de perimenopauze kan de volledige wegname van de uterus, de eileiders en/of de eierstokken overwogen worden.

Andere
Wanneer ook andere kankers in de familie voorkomen (zoals in de maag of de urinewegen), zal men het advies krijgen om zich ook regelmatig op deze tumoren te laten onderzoeken (vb. gastroduodenoscopie, echografie nieren en urinewegen en cytologisch onderzoek urine). Dit is echter familiespecifiek en hier zijn geen algemene richtlijnen te geven.